![]() |
BLOEDVRIJE GENEESKUNDE |
|
Bloedtransfusies
|
||||||||||||||||
| In de Tweede Wereldoorlog steeg de vraag naar bloed | ||
![]() |
![]() |
|
| U.S. National Archives photos | ||
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen gewonde soldaten royaal bloedtransfusies toegediend. Natuurlijk stolt bloed snel, en voorheen zou het bijna onmogelijk zijn geweest het naar het slagveld te vervoeren. Maar vroeg in de twintigste eeuw voerde dr. Richard Lewisohn van het Mount Sinai Ziekenhuis in New York succesvolle experimenten uit met een antistollingsmiddel, natriumcitraat genaamd. Deze opwindende doorbraak werd door sommige artsen als een wonder beschouwd. „Het was bijna alsof men de zon had stilgezet”, schreef dr. Bertram M. Bernheim, een vooraanstaand arts in die tijd.
In de Tweede Wereldoorlog steeg de vraag naar bloed. Het publiek werd bestookt met posters waarop leuzen stonden zoals „Geef nu bloed”, „Uw bloed kan hem redden” en „Hij gaf zijn bloed. En u?” De vraag naar bloed kreeg een enorme respons. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er in de Verenigde Staten zo’n 13.000.000 eenheden gegeven. Men schat dat er in Londen meer dan 260.000 liter werd ingezameld en gedistribueerd. Natuurlijk kleefden er een aantal gezondheidsrisico’s aan bloedtransfusies, zoals weldra duidelijk werd.
Bloedtransfusies — Geen medische richtlijnElk jaar worden alleen al in de Verenigde Staten meer dan 11.000.000 eenheden rode bloedcellen door middel van een transfusie toegediend aan 3.000.000 patiënten. Gezien dat hoge aantal zou men veronderstellen dat er onder artsen een vaste richtlijn bestaat ten aanzien van het toedienen van bloed. Toch merkt The New England Journal of Medicine op dat er verrassend weinig gegevens zijn „die als richtsnoer dienen voor beslissingen inzake transfusies”. Er zijn zelfs grote verschillen in werkwijze, niet alleen ten aanzien van wat er nu precies wordt toegediend en hoeveel, maar ook óf er al dan niet een transfusie wordt gegeven. „Transfusie hangt van de arts af, niet van de patiënt”, zegt het medische tijdschrift Acta Anæsthesiologica Belgica. Met het oog op het bovenstaande wekt het beslist geen verbazing dat een in The New England Journal of Medicine gepubliceerd onderzoek uitwees dat „naar schatting 66 procent van de transfusies ten onrechte wordt toegediend”. |
Na de Tweede Wereldoorlog werden door grote vorderingen in de geneeskunde bepaalde chirurgische ingrepen mogelijk die voorheen ondenkbaar waren. Als gevolg daarvan ontstond er een wereldwijde miljardenindustrie om het bloed te leveren voor transfusies, die artsen als een standaardprocedure bij operaties gingen bezien.
Al gauw begon er echter ongerustheid te ontstaan over ziekten die door transfusies werden overgedragen. Tijdens de Koreaanse Oorlog bijvoorbeeld liep bijna 22 procent van degenen die plasmatransfusies hadden ontvangen, hepatitis op — bijna driemaal zoveel als tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de jaren ’70 schatte het Amerikaanse Centrum voor Ziektebestrijding het aantal sterfgevallen als gevolg van door transfusie overgedragen hepatitis op 3500 per jaar. Anderen schatten het aantal tien keer zo hoog.
Dankzij betere testmethoden en een zorgvuldiger selectie van donors daalde het aantal gevallen van besmetting met hepatitis B. Maar vervolgens eiste een nieuwe en soms dodelijke vorm van het virus — hepatitis C — een hoge tol. Er wordt geschat dat vier miljoen Amerikanen het virus opliepen, enkele honderdduizenden van hen door bloedtransfusies. Weliswaar is door grondige testmethoden het aantal gevallen van hepatitis C uiteindelijk teruggedrongen, maar toch vrezen sommigen dat er nieuwe gevaren zullen opduiken en pas onderkend zullen worden als het te laat is.
In de jaren ’80 ontdekte men dat bloed besmet kan zijn met HIV, het virus dat aids veroorzaakt. Aanvankelijk hadden de bloedbankdirecteuren een afkeer van de gedachte dat hun voorraad besmet zou kunnen zijn. Velen van hen reageerden aanvankelijk met scepticisme op de HIV-dreiging. Volgens dr. Bruce Evatt „was het alsof iemand uit de woestijn was komen binnenwandelen en zei: ’Ik heb een buitenaards wezen gezien.’ Zij luisterden, maar zij geloofden het gewoon niet.”
Niettemin zijn in het ene land na het andere schandalen in verband met HIV-besmet bloed aan het licht gekomen. In Frankrijk zijn naar schatting tussen de 6000 en 8000 mensen met HIV besmet door transfusies die tussen 1982 en 1985 zijn toegediend. Bloedtransfusies worden verantwoordelijk geacht voor tien procent van de HIV-besmettingen in heel Afrika en voor veertig procent van de aids-gevallen in Pakistan. Tegenwoordig is overdracht van HIV door bloedtransfusies in ontwikkelde landen zeldzaam als gevolg van verbeterde testmethoden. Maar in ontwikkelingslanden die niet over testprocedures beschikken, blijft HIV-overdracht een probleem.
Het is te begrijpen dat er de laatste jaren steeds meer belangstelling is ontstaan voor bloedvrije geneeskunde en chirurgie. Maar is dit een veilig alternatief? Het volgende artikel beantwoordt deze vraag.
| Verschenen in de Ontwaakt! van 8 januari 2000 |
Startpagina | Beliefs | Future | Medical | Topics | Contact | Publications | Languages | Index
Copyright © 2005 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. All rights reserved.